Mentale caravan

{blog_image:alt_text}

Categorie: Beschouwingen

Duinen, bunkers, blakerende zon en plots staat hij daar op een grasveldje voor een graffitimuur: een monumentale maar banale houten transportkist. Grote, rode letters “fragile” zijn de opvallendste ‘decoratie’ op de gelige planken. Verdwaasd staren de bezoekers vanop het pad naar het gevaarte op het gras. Een echtpaar waagt zich op het gazon. Argwanend cirkelen ze rond de lompe gedaante. “Is dit het?”, hoor je ze denken. Onbegrepen en hermetisch blijft de gedropte ufo achter op dit appèlplein van het Domein Raversyde. Heeft het conceptualisme en minimalisme hier zijn triviale dieptepunt bereikt?

Hoe dit werk van Thorsten Brinkmann, getiteld Kista Del Sol, vatten? De materiaalbeschrijving op het infobordje licht een tipje van de sluier op, maar de eigenlijke sleutel tot ontcijfering zit in de linkerbenedenhoek, achteraan het kunstwerk. Daar zit geen plank per ongeluk los, maar nodigt een luikje ons doelbewust uit tot verdere ontdekkingen. Behoedzaam openen we het om een glimp op te vangen van de wereld die zich achter het hout bevindt. Vervolgens wurmen we ons ganse lijf door het gat naar binnen.

Van de felle zon in de duisternis beland, wennen onze ogen, en ontsluiert zich de inhoud van de kist.  Zo hard minimaal is het exterieur, zo opulent en fantasmagorisch het interieur. Het schaars binnensijpelende licht onthult een rommelig doch knus kamertje. Op een valies slingert een achteloos achtergelaten slip. Aftandse joggings bungelen aan de haak. Rechts kunnen we doorkijken naar de rest van het interieur. Het eetkamertje is knus ingericht. Een krant wacht eindeloos op een niet-komende lezer. Leeg servies herinnert ons aan een maaltijd die nooit gegeten zal worden. In een achthoekige spiegel worden we ons plots van onze indringersrol bewust. We voelen ons de inbreker uit “Bin-jip[1]” wiens bezoek onzichtbaar en ongemerkt is voorbijgegaan, maar wel degelijk heeft plaatsgevonden.

In Raversyde staat Kista Del Sol eigenlijk niet alleen. Ze zijn er talrijk, de “kijkdozen”. Met plastic poppen ensceneren ze het soldatenleven. Alleen probeert Kista Del Sol eerder dan waarachtig of documentair, “subjectief” te lijken. We voelen het haast sardonische genot waarmee de kunstenaar een impressie van het “waarachtige” leven verdraait, om de artificieelheid van het getoonde als een boemerang in het oog van de toeschouwer terecht te laten komen. Kijk naar de Mondriaan uit banale plankjes die boven ons hoofd zweeft. Met aandoenlijke zorg is een tapijtje als averechtse camouflage op het luik geplakt. Op de foto aan de muur wordt het menselijk gelaat, à la Trout Mask Replica[2], op een voor Brinkmann archetypische wijze, verborgen.

Markant is de vlijt waarmee wij, toeristen, ook op een verre, zonnige vakantiebestemming, vaak voor korte tijd, een plekje eigenheid willen afbakenen. Denk aan de caravan die door half Europa wordt meegesleurd, of de anonieme chalet die, voor ocharme een weekend, naarstig wordt ingericht. Anderzijds verzamelen we de herinneringen van de reis in ons hoofd en dragen we ze, als een mentale sleurhut, met ons mee.

 “Interactieve” kunst is geen evidentie. Eventjes moet de knop worden aangeraakt. Dit kunstwerk mag je aanraken. Je moet interveniëren. De blik van de zich naar binnen wurmende toeschouwer is essentieel. Wie veilig op een afstand blijft, het dogma “verboden het kunstwerk aan te raken” in het achterhoofd, verliest de ervaring van Kista Del Sol. Aan al wie deze zomer nog in Raversyde passeert: Schraap je moed bijeen en wrik jezelf een wondere wereld binnen.

 

[1] Koreaanse film uit 2004 van Kim Ki-Duk waarin de hoofdpersoon ongemerkt in huizen van mensen die op vakantie zijn, intrekt.
[2] Dubbelalbum van Captain Beefheart and his Magic Band uit 1969 met iconische vissenkophoes.

Foto: Thorsten Brinkmann, Kista del Sol, 2015 Courtesy Hopstreet Gallery, Brussel